Drug use statistics Library Home Home Universiteit van Amsterdam
Cohen, Peter (1997), De nieuwe richtlijnen voor opsporing. BINAD-INFO nr 6, January/February 1997, pp.4-8.
© Copyright 1997 Peter Cohen. All rights reserved.

[German]

De nieuwe richtlijnen voor opsporing

Subtitle

Peter Cohen

In Nederland is een complexe fundering ontstaan sinds begin 70'er jaren voor de dagelijkse praktijk van het drugsbeleid. De meest bekende, en meest bedreigde uiting van die dagelijkse praktijk is het zgn. gedogen van individueel druggebruik. Het gedogen is het verst ontwikkeld bij het gebruik van cannabis; er is zelfs een gedoogpraktijk ontstaan voor het openlijk distribueren van cannabis in gebruikershoeveelheden. Het gedogen strekte zich uit tot individueel gebruik van alle drugs, zolang dit geen overlast gaf of opvallende criminaliteit. De hierboven beschreven praktijk is een ruwe schets. Plaatselijke verschillen zijn er altijd geweest sinds de officiële aanvang van het 'gedoogbeleid'.

In de luwte van de cannabis gedoogpraktijk heeft zich de laatste jaren allerlei voorgedaan, waarvan het meest opmerkelijke is het ontstaan van een hele cannabis-distributie en -reclame cultuur. Die cultuur is het best zichtbaar als glossy magazine, Highlife. Reclame wordt niet alleen gemaakt voor allerlei coffeeshops en winkels waar men hennepproducten kan kopen.[1] Er is de afgelopen 10 jaar een gedifferentieerde en hoog ontwikkelde nieuwe stam aan de cannabiscultuur gegroeid: de growshops. In deze winkels wordt van allerlei verhandeld dat nodig is voor het met succes kweken van cannabis planten, variërend van hoogwaardige zaden en clonen, tot supermest, groeibakken en kunstmatige verlichting. De grote winkels voeren ook enorme apparaten die de lucht zuiveren, of die het voedings- en verlichtingsproces automatiseren. Zo ziet men allerlei ingewikkelde elektrische en elektronische schakelapparatuur, geheel legaal en van een mooie moderne techniek.

Het buitenland heeft intussen ook niet stil gezeten. In Duitsland is men al jaren zonder succes bezig een vorm te vinden voor een enigszins op de Nederlandse situatie gelijkende gedoogtoestand. In Denemarken is de bestaande 'kleine' gedoogtoestand bevestigd. In Frankrijk daarentegen is een nieuwe president aangetreden die de licht voelbare nieuwe wind inzake drugsbeleid tijdens de nadagen van Mitterand - onder Balladur - meteen heeft stopgezet.

Tijdens de afgelopen vijf jaar is het klimaat rond het drugsbeleid in Nederland veranderd. Grensplaatsen klaagden over de overlast die men ondervond van drugstoeristen (Maastricht, Arnhem, Venlo) waarbij cannabiskopers, methadonzoekers, dronkelappen en kleine drugshandelaren gemakkelijk door elkaar werden gehaald in de publiciteit.

Frankrijk ontwikkelde een omvangrijke (jeugd)werkloosheid, stedelijke armoede en verloedering, die druggebruik en drugshandel in en rond de Franse steden deed toenemen. (Zie voor een gedetailleerde beschrijving van de Franse drugssituatie de rapporten "Cannabisbeleid in Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten" en "Heroïne, cocaïne en crack in Frankrijk".[2] Deel van de drugshandel richtte zich op Nederland, wat overlast veroorzaakte in Rotterdamse achterstandswijken.

De voorsprong van de Nederlandse praktijk op het buitenland kreeg op die manier een staart. De overlast van buitenlanders in Nederland werd begrepen als overlast door het Nederlandse drugsbeleid, een herbenoeming waartegen de Nederlandse overheid niets ondernam.

Nog onder Hirsch Ballin publiceerde het CRI een geheim rapport dat snel uitlekte. In dat rapport stelde het CRI dat nederwiet soms 25% THC bevatte en daarmee een 'harddrug' was geworden. Dat zulke nederwiet, zo die al bestaat, een verwaarloosbare uitzondering is, en nimmer een rol speelde op de Nederlandse wietmarkt, was kennelijk een bijkomstigheid.

Een tijd later werkte het CRI mee aan een andere ondersteuning voor ons drugsbeleid, door Nederland inzake Ecstasy het 'Columbia van Europa' te noemen, vergetend dat Ecstasy wordt geproduceerd in meer lidstaten van de EU (Frankrijk, Engeland, Duitsland[3]), in Hongarije, Polen, de Tsjechische Republiek, Rusland, Letland, Bulgarije en ga maar door. (Misschien bedoelde het CRI dat Nederland op Columbia was gaan lijken omdat de schrijvers van het rapport zo geschrokken waren van de Parlementaire Enquête inzake Politeopsporing, de zgn. Commissie van Traa. Deze legde wijdverbreide illegale opsporing, drugsimport en drugsexport van politie en justitie bloot, zonder dat er maar één schuldige werd vervolgd.)

Op het ogenblik heerst er in Nederland geen sfeer die ontwikkeling van het drugsbeleid naar verder reikende vormen van regulering bevordert. Druk van het buitenland, en interne Nederlandse oppositie (zowel van de christen-democraten als van de kleine christelijke partijen) hebben aan de geruisloze ontwikkeling van het gedoogbeleid een einde gemaakt. Het huidige klimaat richt zich op zijn best op stationairiteit, pas op de plaats, met een lichte neiging tot verhoogde repressie.

De regering had al aan het Parlement voorgesteld om een aantal zaken te wijzigen: harder optreden tegen 'hard drugs', nog maar 5 gram aankoop van cannabis onbestraft laten in plaats van 30 gram, verkleining van het aantal coffeeshops, het toelaten van een grotere handelsvoorraad in coffeeshops dan de onwerkbare 30 gram en vergroting van de gemeentelijke autonomie inzake gedoogbeleid. Nadat het parlement begin 1996 met de wijzigingen akkoord was gegaan kwam de bekroning in de bekendmaking van de nieuwe richtlijnen voor het opsporings-en strafvorderingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet. In een brief van onze opperste Officier van Justitie - de baas van alle Hoofdofficieren - Docters van Leeuwen d.d. 16 september 1996, werd het nieuwe regime aangekondigd. Docters van Leeuwen stelt in zijn brief: "De voorbereiding is zeer zorgvuldig te noemen; we zijn daarbij bepaald niet over één nacht ijs gegaan."

Echt veel is er niet aan de hand. De coffeeshop mag, zoals we al wisten, nog maar 5 gram hasj/marihuana verkopen per klant, maar behalve voor de politie - die dat moet controleren - is dat voor niemand een probleem. De coffeeshop mag een pond stuff in voorraad hebben, nog steeds te weinig, maar nog steeds geen probleem. Immers, iedereen had al lang leren leven met een soort poppenkast, waarbij de voorraad elders werd bewaard, met regelmatig verkeer tussen coffeeshop en bergplaats.

Wel een probleem is de nieuwe regeling voor het zelf kweken van marihuana. Duizenden zelfkwekers zijn plotseling misdadigers geworden omdat ze gebruik maken van op zich zelf legale technieken voor plantveredeling en artificiële voeding c.q belichting. Winkels die clonen en zaden verkopen worden binnenkort aangepakt na de aangekondigde totstandkoming van een wet op het verbod van cannabisteelt. Die handel gaat dus ondergronds en zal nu pas echt lucratief worden.[4] Een ander probleem is dat jongeren tot 18 jaar geen wiet meer mogen kopen, en zich niet eens meer in een coffeeshop mogen bevinden. De straat op met die jongeren, is de filosofie.

In de inleiding tot de nieuwe richtlijnen wordt verbetering van samenwerking met buitenlandse politiediensten bepleit, zodat export van cannabis naar het buitenland wordt tegengegaan. Dit soort maatregelen, hoewel kostbaar en contraproductief, zijn vooral bedoeld voor 'de etalage' dwz. de cosmetiek van het Nederlandse drugsbeleid.

Hoofdzaak is toch de handhaving van het gedoogbeleid, inclusief de coffeeshops en het onbeperkt toegankelijk houden van cannabis voor elke gebruiker boven de 18 jaar. Dat is heel goed en heel fundamenteel. De pijn zit in een versterking van de repressie van distributie naar de coffeeshops, repressie van cannabisgebruik onder 18 jaar (gelukkig voorziet de Wet op de Identificatieplicht niet in het verplicht stellen van identificatie bij een politieman voor mensen die zich in de coffeeshop bevinden) en repressie van zgn. harddruggebruik. Dit zal zich heel waarschijnlijk wreken in toenemende hardheid van de handel, verdere verstopping van ons justitiële systeem, vergroting van de kans op drugsellende voor de weinigen onder 18 jaar die blowen in en rond de coffeeshop[5] en af en toe de ellende van politie-invallen in disco's en bars. Het leidt tot meer overlast, niet tot minder druggebruik. Hier is duidelijk nagedacht!

De nieuwe richtlijnen maken het expliciet mogelijk dat gemeenten 'gebruikersruimten' inrichten voor verslaafden, om de openbare orde te verbeteren. Dat kon natuurlijk al maar nu staat het ergens zwart op wit. En de samensteller van de nieuwe richtlijnen heeft geen leeftijdslimiet aangegeven voor de bezoekers van die gebruikersruimten.

De echte verslechteringen zijn bewaard voor de gebruikers van andere drugs dan cannabis. Mocht men vroeger, in de oude richtlijn, nog een gebruikershoeveelheid voor een hele dag bij zich hebben, nu is dat nog maar "een hoeveelheid die doorgaans wordt aangeboden als gebruikershoeveelheid: 1 bolletje, wikkel, pil, dosis of een half gram". De laatste toevoeging "of een half gram" maakt overigens voortzetting van het oude beleid mogelijk, omdat in de oude richtlijnen steeds werd gesproken van een half gram.

Alle aangetroffen drugs moeten bij een gebruiker in beslag worden genomen met uitzondering van op recept verkregen methadon. Dit is een verslechtering die hard zou kunnen aankomen. Afpakken heeft geen enkele zin, omdat de gebruiker eenvoudig op zoek gaat naar nieuw. Het bevordert dus de handel! In de praktijk moeten we afwachten hoe vaak dit echt zal gebeuren. Capaciteit voor het gelijkelijk en niet willekeurig uitvoeren van deze richtlijn is er niet.

Een andere wijziging is het herzien van de definitie van 'coffeeshop'. In de oude richtlijnen was een coffeeshop een 'horeca inrichting waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt' (Richtlijnen 12-10-94). In de nieuwe richtlijnen van 1-10-96 is het woord 'alcoholvrij' geplaatst voor horeca inrichting.

Tot slot. Op basis van de nieuwe richtlijnen kan het beleid sterk veranderen, maar ook niet! De gemeentelijke autonomie is vergroot; plaatsen zoals Hilversum, Purmerend, Almere en Delfzijl hebben ruimte gemaakt voor coffeeshops op basis van expliciet gemeentelijk beleid, terwijl Kampen of Hulst elke coffeeshop weren als was het een verblijfplaats van de duivel.

Utrecht, Tilburg en een serie andere gemeenten voeren al lang een gericht gedoogbeleid, met heldere afspraken tussen gemeente en exploitanten.

De dreiging zit vooral in een verhoogde repressie van de zgn 'harddrugs'. Invallen door politie in disco's zoals die recentelijk plaatsvonden in Heerenveen en in Amsterdam, zijn een slecht teken. Dit soort cowboy acties zouden nog kort geleden ondenkbaar geweest zijn voor de over het algemeen verlichte politieofficieren in Nederland. Ik ben bang dat hier centrale regie achter zit, geleid door mensen die net de cursus Dom Drugsbeleid van de Drugs Enforcement Administration gevolgd hebben.[6]

Zeer veel hangt af van de steun die in komende jaren zal komen uit het buitenland. Het Nederlandse model van gedogen - waar legaliseren niet mogelijk is - kan slechts gedijen als de verschillen met de omliggende landen niet te groot zijn, en als de omliggende landen het drugsbeleid met rust laten dan wel zelf ontwikkelen in minder repressieve richting. Zo gauw drugsbeleid wordt gebruikt als kanaliseringsgebied voor sociale onrust en angst (zoals in Zweden,Frankrijk of Italië[7]) en daarmee een terrein wordt van politieke exploitatie en retoriek, is de rust weg die nodig is voor vermindering van de onaanvaardbare risico's veroorzaakt door het drugsbeleid.

Noten

  1. In de nieuwe richtlijnen staat dreigende taal met betrekking tot deze uitgaven: stimulerende publikaties zullen worden gerekend tot de strafbare feiten. Indien dat werkelijk wordt ingevoerd ontstaat de bizarre situatie dat tijdschriften over messen, revolvers, kannonen en bommen ongemoeid zijn, terwijl het aanbevelen van een onschuldig kruid wordt bemoeilijkt.
  2. Centrum voor Drugsonderzoek, Universiteit van Amsterdam, publikaties nr 16 en 17.
  3. Cf OGD "Atlas Mondial des drogues", Parijs 1996. Ik wil hier wijzen op een ernstige fout in dit werk. Op blz 196 wordt beweerd dat er in Nederland "op grote schaal" misbruik bestaat van amfetamine. Dit is onjuist, en wordt ook niet door enige bron gestaafd. Verder staat er in deze atlas, op blz 4, dat de nederwiet gemiddeld 27% THC bevat, hetgeen nonsens is.
  4. In Amsterdam heeft de burgemeester, in samenspraak met de hoofdofficier en de hoofdcommissaris, nog geen beleid afgekondigd tegen de growshops en kleinere marihuana telers die in de stad zijn gevestigd. Het is de vraag of Amsterdam het strengere beleid zal uitvoeren. Inzake de combinatie cannabis-alcohol heeft de Amsterdamse Raad al een afwijkend beleid afgedwongen, dat wil zeggen dat de bestaande alcohol schenkende gelegenheden die cannabis verkopen kunnen blijven bestaan.
  5. In Amsterdam is de gemiddelde aanvangsleeftijd voor cannabis 20 jaar! (Sandwijk et al. (1995), Licit and illicit drug use in Amsterdam II; Report of a household survey in 1994 on the prevalence of drug use among the population of 12 years and over. Amsterdam, Instituut voor Sociale Geografie, Universiteit van Amsterdam)
  6. De DEA is zeer actief in Nederland. Per jaar gaan tientallen politiemensen voor korte of lange tijd op cursus in de luxueuze gelegenheden van de DEA.
  7. In de katholieke krant 'L'avenire' van Zondag 15 december wordt het probleem van de arbeidsongeschiktheid en de hoge sociale lasten die op het systeem drukken in Nederland toegeschreven aan de cannabispolitiek!
Last update: May 25, 2016